Reizen per Continent / Azië

Volg de regels bij het uitwisselen van visitekaartjes

Het visitekaartje begon zijn drukke leven in de 15e eeuw in China. In die tijd was het simpelweg een klein stukje dik papier met een naam erop gedrukt. Een bezoeker kondigde zichzelf aan door zijn naamkaartje aan de deur af te geven, waarna een knecht het aan de nobelman of hoogheid in kwestie bracht en daarmee liet weten dat deze of gene hem een bezoek wilde brengen.

De eerste visitekaartjes zoals we ze nu in het zakenleven kennen, ontstonden als ‘winkel’-kaartjes en waren in de 17e eeuw overal in Engeland wijd verspreid. Ze werden gebruikt als reclame, maar ook als straatkaartjes, die wegwijzingen gaven naar winkels en bedrijven, aangezien in die tijd de straten en gebouwen nog niet formeel genummerd waren.

In Europa liet je als iemand niet thuis was je visitekaartje achter om te laten zien dat je langs was gekomen. Dames schreven vaak ook hun ‘bezoekdag’ op hun kaartje: de dag en tijd waarop ze thuis zouden zijn om gasten te ontvangen. Het achterlaten van je visitekaartje was zo tegelijkertijd een uitnodiging.

De layout van de Japanse meishi is heel belangrijk en mogelijk nogal verschillend van een traditioneel Westers visitekaartje: het bedrijfslogo en de bedrijfsnaam krijgen de voornaamste plek, gevolgd door de bedrijfstitel en daarna pas de naam van de persoon. Dit is ook de manier waarop Japanse zakenmensen zich voorstellen: eerst de naam van hun bedrijf, dan hun titel, dan pas hun eigen naam. In Europa is het meer de gewoonte om je voor te stellen met je naam en dàn de naam van je bedrijf.

Je meishi hoort aan de ene kant in je eigen taal en aan de andere kant in het Japans gedrukt te zijn. Je biedt je kaartje aan met de Japanse kant naar boven en de informatie leesbaar voor de persoon aan wie je het presenteert.