Reizen per Land / India

Complimenteer geen baby’s en raak geen offers aan de goden aan

De gewoonte om baby’s geen complimenten te geven komt voort uit het geloof dat complimenten de jaloezie van de goden – het ‘boze oog’ – zouden oproepen en dus ongeluk voor de baby zouden aantrekken. Om het boze oog af te wenden schildert men soms (tijdelijke) zwarte tekentjes op het voorhoofd van Indiase baby’s en krijgen ze zwarte armbandjes om. Dit helpt mensen eraan herinneren dat ze geen complimenten mogen geven.

Onder de Brahmins, de hoogste caste van India, bestaat er een prachtige gewoonte om voor een toekomstige moeder een feest te organiseren en haar daarbij vol armbanden te hangen. Het gerammel van de armbanden zou het geluid van lachen nabootsen, om daarmee blijdschap en geluk naar het kind in de buik te brengen.

De bewoners van een stadje dat veel criminaliteit en ongeluk had geleden, besloten ooit twee oude bomen met elkaar te trouwen, om daarmee het boze oog van hun stadje te verdrijven. Zo’n duizend mensen woonden de ‘bruiloft’ bij, waarbij de twee bomen met bloemslingers en rode stof werden versierd.

In India zie je vaak gekleurde draadjes, bekend als moli, aan boomtakken hangen. Soms zie je er ook kleine houten wiegjes tussen. Veel bomen, met name die van de banyanfamilie, worden in India beschouwd als heilig en mensen knopen er draadjes aan wanneer ze een wens doen. De wiegjes staan voor de wens om een kind te krijgen. Wanneer je wens in vervulling is gegaan, ga je terug naar dezelfde boom om je dank te betuigen.

Vermijd het om bloemen of andere dingen die aan goden zijn geofferd, aan te raken of te ruiken. Een taxichauffeur zou bijvoorbeeld een mooie bloem op zijn dashboard kunnen hebben liggen. Dit is het equivalent van een altaartje, zoals ook veel Indiërs zorgvuldig onderhouden huisaltaartjes hebben, met kleine beeldjes van goden, die ze regelmatig wassen, nieuw aankleden en te eten geven. Het aanraken van zo’n altaartje zou het offer van de persoon aan zijn of haar godheid aantasten.

Koeien en diverse andere diersoorten, zoals ratten, apen en olifanten, worden in India als heilig beschouwd, omdat ze de dragers of manifestaties, vahanas, van goden zijn. Soms worden ze ook beschouwd als de woning (tijdelijk of permanent) van de zielen van de doden – dit laatste is bijvoorbeeld het geval bij kraaien en honden, wat zou kunnen verklaren waarom Indiërs over het algemeen niet speciaal van honden houden, in tegenstelling tot Europa, waar ze een favoriet huisdier zijn.

De koe is het bekendste heilige dier van India. De koe, of lievergezegd Nandi de Stier, is de compagnon en het transportmiddel van de god Shiva. Het is ook het dier dat, meer dan alle andere, voeding aan de mens geeft: de ‘Oceaan van Melk’ die een moeder voor alle mensen is. Wees dus voorzichtig dat je op straat niet tegen koeien aanbotst en vraag in restaurants niet om biefstuk!

Als je in India mensen op straat ziet die helemaal in het wit zijn gekleed zijn, met een lapje voor hun mond en een soort stoffer in de hand, dan zijn dit Jain-monniken of -nonnen. Hun respect voor de natuur is zo groot dat ze het willen vermijden welk wezentje dan ook te doden, ook door erop te stappen of het in te ademen. Deze gewoonte wordt ahimsa genoemd: ‘niets doden’ of ‘niets levends letsel aandoen’. Het is een concept dat door Mahatma Gandhi veel aangehaald werd, zowel met betrekking tot de politiek als tot het alledaagse leven.

De laatste tijd veroorzaken koe-vriendelijke regels vaak problemen in de steeds drukkere Indiase steden, vooral in het verkeer. De stad Delhi heeft naar verluidt tientallen ‘cowboys’ aangesteld, die loslopende koeien moeten vangen en buiten de stad brengen. Er is blijkbaar ook een plan om reflectors op de billen van olifanten te hangen, om ervoor te zorgen dat er geen auto’s tegenaan rijden.