Als je in Italië bij de 'locals' wilt horen, eet je je pasta alleen met een vork, niet met vork en lepel.
De pasta wordt, indien mogelijk, in warme, ondiepe kommen opgediend in plaats van op borden. De randen van de kom maken het makkelijker de noedels op je vork te draaien; je hebt dan geen lepel nodig. Houd de punten van je vork tegen de kom en draai de pasta eromheen. Sommige mensen vinden het snijden van spaghetti in eetbare stukjes ook niet netjes. Het iets korter snijden van pasta-slierten om ze daarna op de vork te draaien, mag wel. Pasta ‘slurpen’ is het enige dat echt niet mag!
In de 18e en 19e eeuw aten gewone mensen spaghetti met hun handen. De toevoeging van (tomaten-)saus maakte van het pasta-eten echter een rommelige bezigheid en leidde bij de middenklasse tot het op tafel verschijnen van een curieus en tot dan toe genegeerd instrument: de vork.
De vork bestond al een aantal eeuwen in diverse vormen en had in heel Europa op de tafels van de gegoede klasse al diverse functies vervuld. Het was echter nog geen standaard gebruiksvoorwerp. Bij enkele adellijke families werd de vork wel op tafel ten toon gespreid, maar meer om gasten te imponeren dan om ze te helpen eten.
Na de opkomst van saus over pasta kreeg de vork een standaardvorm: met vier gebogen tanden die nooit langer waren dan twee keer hun gezamenlijke breedte. Toen deze vork eenmaal was uitgevonden, gingen ook koningen pasta eten, omdat zij dit nu konden doen zonder daarbij hun waardigheid te verliezen.