De gewoonte van het handschudden kwam in China aan het begin van de 20ste eeuw in gebruik, rond de val van de Qing-dynastie. Hoewel het in steden nu een populaire gewoonte is, schudden Chinezen op het platteland elkaar meestal niet de hand. Daar begroet men elkaar meestal met een hoofdknik of een kleine buiging.
Lang geleden bogen Chinezen naar elkaar wanneer ze elkaar ontmoetten of gedag zeiden. Daarbij hielden ze hun handen links over rechts als een soort kommetje, wat ze een paar keer op en neer bewogen – dit was een gebaar van respect.
Tijdens de Han-dynastie was de voetval de diepste uiting van respect naar ouderen, superieuren en vooral naar de keizer. De Chinese voetval bestond uit een geknielde buiging, waarbij je voorhoofd de grond raakte. Maar sinds het eind van de keizertijd in China wordt deze vorm van begroeting niet meer gebruikt.
Ni hao betekent letterlijk: gaat het goed met je? Een andere beleefde manier om iemand te gedag te zeggen en hem tegelijkertijd te vragen of het goed met hem gaat, is met de vraag of hij gegeten heeft: Ni chi fan le ma? Deze gewoonte stamt uit de traditie, nooit iemand honger te laten lijden. Als iemand honger had, bood je hem een maaltijd aan. Tegenwoordig is dit puur een manier om iemand te vragen hoe het met hem gaat en het antwoord chi le, letterlijk ‘ik heb gegeten’, betekent in feite ‘met mij gaat het goed.’
Nl - Andere taal kiezen